YLVA GUSTAVSSON & CATTI EDFELDT
“Zijn die gepoetste tanden echt zo belangrijk?”
Ylva Gustavsson en Catti Edfeldt maakten samen een film en staan ook samen de pers te woord. Je kan je makkelijk hun taakverdeling op de set voorstellen: de een wat bedachtzamer, de ander wat directer. Zoals ze zelf beweren: het resultaat is méér dan de som van beide delen.
Proficiat. Jullie slaagden erin een ernstig probleem aan te kaarten in een pure kinderfilm. De balans tussen problematiek en entertainment is perfect.
Ylva Gustavsson: “In al het denkwerk dat aan de film voorafging, stond voorop: het verhaal moest écht zijn. ‘Real people’ was ons codewoord dat terugkeerde bij elke beslissing die we namen.”
Hoe is de situatie in de Zweedse voorsteden?
Gustavsson: “De spanning is er niet te vergelijken met bvb de Franse voorsteden. De sfeer is hier niet zo gewelddadig. Maar we gaan wel die kant op. De dreiging van een complete segregatie kan, afhankelijk van het politieke klimaat, de volgende jaren nog veel sterker worden.
Toen ik aan het scenario begon, woonde ik zelf in zo’n buurt. Ik wilde een film maken voor de kinderen die ik rond mij zag. Ze worden makkelijk gestigmatiseerd. Ze krijgen het imago van ‘probleemkinderen’. Maar eigenlijk willen ze net zijn zoals alle anderen. Deze film is een persoonlijke blik op mijn woonomgeving: een zware maar levendige buurt. Er wonen veel vluchtelingen en overal spelen kinderen op straat. De mensen doen er moeite om gelukkige momenten te creëren in een niet zo gelukkig leven. De hele zomer wordt er gebarbecued en al wie z’n drank en voedsel meebrengt, is welkom.”
Dat was jullie research?
Cati Edfeldt: “Ik heb jaren lang in de enige suburb van de stad gewoond.”
Gustavsson: “Ik ook. En veel van onze crewleden en acteurs (vooral de kinderen) groeiden daar op. We hebben veel samen gepraat over onze ervaringen. En we deden research naar de situatie van vluchtelingen en naar het juridisch systeem.”
Vertel eens over de precieze locatie waar jullie draaiden.
Gustavsson: “In een buitenwijk van Stockholm werden in de jaren ‘70 woonblokken gebouwd die ‘The Million Project’ werden genoemd vanwege het aantal flats. Vroeger woonden er plattelandsmensen die naar de stad trokken; tegenwoordig wonen er vooral migranten. Het was altijd een plek waar iedereen weg wou; niemand wil daar blijven wonen.”
Edfeldt: “Maar het was een dankbare locatie. Er waren echt plekjes waarvan we zeiden: ‘Ja, dit is wat we zoeken!’ De camera speelde met die deuren en balkons. In deze blokken waren de balkons geel geschilderd; dat is veel aanlokkelijker dan grijs. Het had een aparte charme.”
In hoeverre bleven jullie ‘buitenstaanders’ in de buurt?
Edfeldt: “We huurden een leegstaande flat. Een maand voor de opnames trokken we daarin met de hele crew. Zo werden we makkelijker aanvaard in de buurt. De atmosfeer werd vriendelijker; we kregen een positief imago en creëerden goodwill bij de scholen. We pikten een aantal details op die later een plaats kregen in het verhaal en lieten sommige bewoners figureren in de film.
De media hebben in deze buurt een heel slechte reputatie. De eerste vraag die de mensen stelden, was steeds: ‘zijn jullie journalisten?’ Pas wanneer we hen verzekerden van niet veranderde hun houding.”
Hebben de buurtbewoners de film al gezien?
Edfeldt: “Sommigen werden uitgenodigd op de première en binnenkort is er een schoolvoorstelling.”
Gustavsson: “De film wordt erg geapprecieerd, vooral door meisjes van 8 tot 14. Zij hebben – dat beweren ze – het gevoel dat ze echt kunnen communiceren met onze personages.”
Toch klinkt jullie verhaal niet helemaal geloofwaardig.
Gustavsson: “Het is een sprookje, een sociaal sprookje, en zo wordt het verhaal ook verteld. De film begint en eindigt met een jongen die je van op het dak verwelkomt. Hij is het equivalent van het sprookjesboek dat wordt open geslagen bij het begin van een Disney-film.”
Jullie geven geen details over Amina’s land van herkomst.
Gustavsson: “We hebben daar lang over getwijfeld. Het noemen van één bepaald land heeft consequenties. We wilden een algemeen probleem aankaarten en geen enkel land in het bijzonder met de vinger wijzen. Dat zou geleid hebben tot delicate politieke en diplomatieke discussies.”
Edfeldt: “We dachten er over om Beylula’s situatie als voorbeeld te nemen. Ze komt uit Eritrea en werd geboren in Zweden. Haar familie leeft verspreid over heel Europa.”
Een man die zich het lot van Amina aantrekt, formuleert het in de film heel direct: ‘Niemand wilt deze kinderen!’. Is dat zo?
Gustavsson: “Het is heel moeilijk om adoptieouders te vinden voor oorlogsvluchtelingen. Men is bang van een kind uit een oorlogszone. Het zijn vaak geen kleine kinderen meer en uiteraard is er de dreiging van een oorlogstrauma. Zulke kinderen verblijven vaak heel lang in kampen of in een instelling en kunnen nooit echt een nieuw leven beginnen.”
Hoe was de band tussen de 2 meisjes? Op het scherm straalt er echt energie uit de scènes waarin ze samen spelen.
Edfeldt: “Ze hadden een heel goede begeleidster die er alles aan deed om hen samen te brengen. Ze zijn nog steeds vriendinnen. Beylula acteert. Ze speelt een veel stiller kind dan ze in werkelijkheid is. Embla Hjulström (Mirre) is precies zoals in de film: fel en openhartig. Toen ze met ons in het vliegtuig zat, waren er een stel arbeiders van een olieplatform aan boord; heel luidruchtig en brutaal. Embla stond op en gaf ze de volle laag: ‘of ze alsjeblieft rustig en beleefd konden zijn?!’ Dat dwong respect af!”
Gustavsson: “Beylula is geweldig. Ze is snugger en pikt de dingen snel op. De eerste dagen viel het me op dat ze op alle vragen een heel snel en direct antwoord gaf. Ik raadde haar aan om voortaan eerst na te denken. Toen iemand haar later een vraag stelde, antwoordde ze: ‘Wacht even. Ik laat je vraag nu even door m’n hoofd cirkelen en dan krijg je een antwoord’.”
De muzikale intermezzo’s zijn heel bijzonder. Waar komen ze vandaan?
Gustavsson: “Muziek is heel belangrijk voor mij. Ik ben muzikant; dag en nacht zit er muziek in mijn hoofd, zelfs in mijn dromen. Ik wou een deel van het verhaal via muziek vertellen. Alle volwassen personages hebben een song waarin ze zichzelf voorstellen; de muziek past bij hun karakter. Eigenlijk zit die muziek in Amina’s hoofd; het is de manier waarop zij de mensen ‘leest’.
Catti Edfeldt: “Zulke knipoogjes helpen om de toon van de film ‘licht’ te houden.”
Hoe paste je deze muzikale stukjes in het grote geheel in?
Gustavsson: “We behielden altijd een link met de realiteit. Het moest natuurlijk ogen; we gingen niet freewheelen. Er was een choreografie, maar dat mocht voor de kijker niet voelbaar zijn; we gebruikten natuurlijke bewegingen die pasten bij de stijl van het personage.”
Ongetwijfeld de meest gestelde vraag: 2 regisseurs op één set, hoe ging dat in z’n werk?
Edfeldt: “We werden door de producent samen gebracht. We kenden elkaar niet, maar de samenwerking verliep heel goed. We hadden elk onze eigen specialisatie.”
Gustavsson: “Regisseren is een zware taak; elk moment zijn er 1000 vragen. Het was fantastisch om dat werk met z’n tweeën te doen. We werden méér dan ‘de som van beide delen’; we werden samen één betere regisseur. We werkten en dachten als één persoon. Ik heb niet dat grote verlangen om op m’n eentje te regisseren. Er zijn al plannen om samen nog een kinderfilm te maken. Je ziet trouwens steeds vaker films die het werk zijn van 2 of meer regisseurs in een strak samenwerkingsverband. Kijk maar uit... het wordt een trend!”
Tenslotte: is ouderschap meer dan enkel checken of de tanden goed gepoetst zijn?
Gustavsson: “Toch wel! Maar we gebruikten het als een symbool om te tonen hoe Johan het vaderschap accepteert. Dat is immers een universele herinnering aan ieders kinderjaren: ‘Zijn die gepoetste tanden nu echt zo belangrijk?’.”
Gert Hermans
~
Beylula Kidane Adgoy
Intussen wordt Beylula Kidane Adgoy aan de tand gevoeld door het jonge publiek. Tijdens de opnames was ze 9; intussen is ze 11 jaar oud. Opgewekt vertelt zo o.a. over:
Acteren
“Het was de eerste keer dat ik in een film meedeed en ik vond het geweldig. Niet moeilijk, maar wel heel lollig. Ik wil later graag actrice worden; het is een fijne manier om veel nieuwe mensen te ontmoeten. De scène waarin ik moest huilen, was de moeilijkste. Pas toen ze iets onder m’n ogen smeerden, ging het goed. De combinatie met de school was moeilijk. Ik maakte m’n huiswerk niet op de set. Ik was altijd al slecht in wiskunde... maar dat valt intussen wel mee.”
Haar gelijkenis met Amina
“We hebben dingen gemeenschappelijk. Als ik kwaad word, gedraag ik me net zoals zij. Maar haar stijl van kledij is bvb heel anders dan de mijne.”
Over de muziek
“Het was de eerste keer dat ik rapte. Ik vond het erg leuk. Maar het is niet helemaal mijn stijl. Ik hou vooral van Tokyo Hotel en Green Day.”
Over medeacteur Gustav Skarsgård
(zoon van de beroemde acteur Stellan Skarsgård, nvdr)
“Hij was heel vriendelijk. We zijn nog steeds vrienden. Maar hij is niet mijn papa! Weet je dat hij speciaal gitaar heeft leren spelen om in de film als gitarist niet door de mand te vallen?”
Overname uit GENERIEK, nr 92 – december 2007
~
Over de muziek en de voorsteden.
Twee dingen zijn heel belangrijk voor de sfeer van Kidz in da Hood: de muziek en de locatie, nl. de voorsteden van de grootstad. Enkele medewerkers aan de film geven tekst & uitleg:
DE MUZIEK
Regisseuse Ylva Gustavsson:
“Ik hou van musicals. Ik vind dat er ‘veel te weinig muziek zit’ in de Zweedse cinema. Het stond altijd vast dat er veel zang en dans in mijn debuutfilm zou zitten. Echte muziek die past bij échte mensen. Daarom mag elk personage zich voorstellen in z’n eigen muziekstijl: Johan krijgt rock, Pekka tango, Mirre en Amina kregen hip-hop, Janet zingt R & B en Maggan doet nostalgisch over rock ‘n’ roll.”
Gustaf Skarsgård (Johan):
“Ik kon geen gitaar spelen, dus moest ik mijn ballade akkoord per akkoord instuderen. Ik ben geen muzikant, maar de scènes van het rockconcert gaven me een echt rockster-gevoel en zingen en dansen op tafel was zalig.”
Fabian ‘Phat Fabe’ Torsson (maakte de soundtrack voor KIDZ IN DA HOOD):
“Ik wou heel graag mijn stempel op de film drukken door eenheid in de score te brengen. Ik werkte al in zoveel stijlen, van hip-hop tot soul, van opera tot salsa. Ik behield mijn manier van werken: ik las 3 pagina’s van het script en zocht de juiste vibe voor elk personage en elke scènes. Ik forceerde me niet om te klinken zoals een soundtrack componist. ‘Solo voor hobo in een verlaten veld’... da’s niks voor mij. Ik gebruik liever een kazoo als de scène daarom vraagt. De muziek diende enkel om elke scène de juiste sfeer te geven. Daarbij betrouwde ik op mijn muzikale instinct.”
DE VOORSTEDEN
Ylva Gustavsson:
“De voorsteden zijn een wereld van kinderen. Dat ontdekte ik toen ik er 7 jaar geleden ging wonen. Ze zijn overal en ze worden door iedereen gehoord en gezien. Ik praatte wel eens met een meisje uit mijn blok, een Somalische vluchtelinge. Ze was net zoals de andere kinderen; er was niets bijzonders aan haar. Enkel haar status als vluchteling stigmatiseerde haar en maakte haar ‘anders’. Dat is wat ik in de film wou tonen.”
Co-regisseuse Catti Edfeldt:
“Ik ben een kind van de voorstad; de omgeving maakte mij nostalgisch. Ik woonde met mijn moeder in een flat in Lindigö. Ik dacht toen dat iedereen die geen alcoholist was, uit Finland kwam of gescheiden ouders had in een groot wit huis woonde en een kinderjuf had. Zo ging het er bij m’n klasgenoten aan toe. Ik dacht dat ik een uitzondering was omdat ik in een huurappartement woonde.”
Gustaf Skarsgård:
“Ik groeide op in de binnenstad. Als kind vonden we de voorsteden exotisch, opwindend en ook een beetje gevaarlijk. Vandaag zijn ze een levend bewijs van segregatie. Stockholm heeft de meeste blanke binnenstad van Europa; dat is angstaanjagend.”
Sanna Ekman (Maggan):
“Ik had geen ervaring met voorsteden. We filmden in Fittja en het was er helemaal anders dan ik verwachtte: vriendelijk, rustig, enorm netjes en mooi.”
Gert Hermans |